"Alleen kan je niets, samen kan je alles"
Vrijdagavond is er een feestavond in onze kantine, waar alle leden voor zijn uitgenodigd. Onder andere Tonnie v.d Heijden wordt dan in de bloemetjes gezet, omdat hij al veertig jaar kaderlid is. Zeven anderen treft ook die eer, zij zijn “nog maar” 25 jaar kaderlid. Van der Heijden is jong begonnen, want hij is pas 57 jaar. De ambtenaar bij de gemeente Oss, begon op twaalfjarige leeftijd met voetballen. Na zijn juniorenleeftijd speelde hij hoofdzakelijk in het 2e elftal. “Het aantal wedstrijden in het 1e elftal is op één hand te tellen. Zelfs nu weet ik nog tegen welke clubs ik heb gespeeld. ” Tonnie kijkt tevreden terug. “Veertig jaar vrijwilligerswerk heeft mij veel gegeven. Naast ontzettend vele mooie momenten, ook mindere. Juist dan is het belangrijk contacten te hebben en lid te zijn van ’n grote vereniging. Anderen hebben dat ook wel eens omschreven als ’n grote familie.” Tonnie is al zijn leven lang supporter van het 1e elftal en slaat zelden een wedstrijd over. “Ik heb alle kampioenschappen vanaf 1963 van nabij meegemaakt”
Over veertig jaar kaderlidmaatschap valt natuurlijk veel te vertellen, dus U moet er wel even voor gaan zitten!
Vertel eens wat over die beginperiode en wat je zoal gedaan hebt door de jaren heen?
“Jan van den Nieuwhuijzen, die destijds hoofdleider van de jeugd bij Prinses Irene was, heeft mij gevraagd om jeugdleider te worden. Ik heb heel wat elftallen mogen begeleiden en trainen al die jaren. In die tijd had je nog geen klasse- indelingen zoals nu. De elftallen werden doorgeteld van A-B-C- en zo verder tot K-L-M. Met één van de lagere elftallen, het E-elftal zijn we kampioen geworden. Na een “zware” en spannende competitie eindigden we gelijk met concurrent OSS ’20. De beslissingswedstrijd in Heesch wonnen we met 1-0 door ’n doelpunt van Bennie Hanegraaf. Enkele andere spelers van toen zijn Mario van Roosmalen, Richard van Venrooij en Tinie Ketelaars.
Omdat in de jaren vijftig tot midden de zeventiger jaren, de mensen niet veel op vakantie konden gaan, werden voor de jeugdleden NKS sportkampen georganiseerd. De jeugdleden konden zo een week op vakantie gaan in de zomer. Ik heb verschillende van deze sportweken mogen begeleiden bijvoorbeeld in Borculo, Wassenaar, Griendtsveen en Oudenbosch.
Oudenbosch is ’n apart verhaal. We zouden op zondag, ruim op tijd, naar Oudenbosch vertrekken, want het was de zondag dat Nederland de WK- finale tegen Duitsland zou spelen. Helaas kwam de bus niet op tijd. De jongens en de leiding (Nico Dollevoet en ik) wilden natuurlijk de finale zien. Omdat op het Prinses Irene complex ook ’n NKS- kamp was, konden we niet in de kantine kijken. De toenmalige voorzitter, Jan de Loyer, heeft toen snel een TV thuis opgehaald, zodat we de zinderende finale in de bestuurskamer konden kijken.”
Hoe was de jeugdafdeling toen georganiseerd?
“In die jaren had de jeugdafdeling een hoofdleider en een secretaris. Er kwamen steeds meer werkzaamheden en men is toen gaan werken met commissies. Ook de jeugdcommissie deed zijn intrede, waar ik voor werd gevraagd. De eerste jeugdcommissie bestond uit Willie de Bie (voorzitter), Peter Raaijmakers (secretaris) en de leden Nico Dollevoet, de veel te vroeg overleden Leo Bongers en mijzelf.
In die periode is ook ’n start gemaakt met het Kerstzaalvoetbaltoernooi voor alle jeugdleden, dat nu nog steeds wordt gehouden. We hebben in die tijd veel toernooien georganiseerd. Het was ook elk jaar weer puzzelen om de elftallen, met leiders rond te krijgen. Kampioenschappen van de jeugdelftallen zijn altijd prachtig om mee te maken. Zeker het kampioenschap van het A1 - elftal, met Harrie Janssen als leider, in Nuland staat me nu nog voor de geest. Ook het feest erna!
Omdat de NKS –kampen ophielden, zijn we toen zelf sportkampen gaan organiseren. Dat gaf de nodige organisatie vooraf. Welke sporten gaan we doen? Het uitzetten van een dropping en een speurtocht, het regelen van het eten, enzovoort enzovoort. Die kampen zijn er heden ten dage nog steeds. Ook toen was er, net als nu, al financiële ondersteuning van de supportersclub.“
Je bent ook jarenlang bij de senioren actief geweest.
“In de jaren ’77-’79 was ik leider van het 2e elftal. Het eerste jaar alleen en het tweede jaar samen met Jan van der Heijden. In ’78-’79 werden we kampioen na ’n spannende eindfase. Een onvergetelijke feestperiode volgde. Een week nadien speelden we de promotiewedstrijd in Schaijk tegen JVC 2 uit Cuijk. We verloren die kansloos met 0-3.
Ik ben ook enkele jaren leider van het 1e elftal geweest, toen Frans Geerings en Johan Vissers trainer waren. Ondanks dat we goede spelers hadden, leidde dit niet tot kampioenschappen. Wel werd in die periode gestart met ’n weekendje weg met de selectie. Teambuilding noemen ze dat tegenwoordig. De weekenden waren op het einde van seizoen en niet bij de start. Misschien was dat de fout? Overigens, de weekendjes in onder andere Vlissingen (Zeeland) en Peer (België) waren wel erg gezellig.
Jaren nadien, met Wim Verhulst als trainer, werden in het begin van het seizoen “trainingsweekenden” gehouden. Hierbij werd flink getraind en werden ook wedstrijden gespeeld. Bij twee van die weekenden (Den Dungen en op ons eigen sportcomplex) heb ik mede de organisatie gedaan. Mijn taak was hoofdzakelijk de catering (barbecue sportmaaltijden !?).”
Daarna ging je toch weer terug naar de jeugd.
‘Ik heb na die periode nog diverse jaren het A-2 -en C-2 team begeleid en getraind, samen met onder andere Bertino de Wit. Ondanks dat je hierbij te maken krijgt met jongens die “mindere’’ voetbalkwaliteiten hebben, waren ook dat toch leuke en gezellige tijden. Op ’n gegeven moment ben ik grensrechter geworden bij het A-1 team. Het eerste jaar was Gerard van Dijk de trainer-coach en het 2e jaar Frans Brocks uit Oss. Het jaar onder Frans Brocks werd “gemakkelijk” het kampioenschap behaald in Wanroij. Bij binnenkomst in Nistelrode gingen we op de platte kar en er was een receptie/feestavond in de kantine en ook bij de Brouwershoeve .
Ook hier werd wederom gestart om het jaar af te sluiten met ’n weekendje weg. De eerste keer naar Waterlandkerkje (via België naar het Zeelandse!).
Zelfs nadat ik was gestopt als grensrechter bij het A1-team, heb ik nog jarenlang (bijna 10 jaar) het weekendje weg mee georganiseerd, onder andere samen met Jos Exters en Herman Schreur (toen trainer A1 red.). Prachtige gezellige weekenden waren dat, waar ik met veel plezier op terug kijk. Nadien heb ik samen met Adri van Lokven nog het 2e elftal gedaan. Adri als leider- coach en ik als grensrechter. In die hoedanigheid was ik ook regelmatig invaller bij het 1e elftal. Niet de meest leuke functie binnen deze sport, maar zonder kan je helaas niet.
In al die jaren ben ik, samen andere leden, actief geweest met het organiseren van vele toernooien zowel bij de jeugd als senioren. Denk hierbij aan het Jong- Irene toernooi waarbij de eerste jaren ook enkele teams van betaald voetbalorganisaties aanwezig waren. Helaas heeft dit geen verdere uitbouw gekregen met meer aansprekende deelnemers. Vroeger organiseerde ik ook de roemruchte home- trainwedstrijden mee. De laatste jaren ondersteun ik de jeugdcommissie nog met het draaien van zaterdagdiensten.”
In die veertig jaar veel zien veranderen?
“Naast de vele wijzigingen in het kader, heb ik door de jaren heen, Prinses Irene zien veranderen van een voetbalclub voor jongens en mannen, in een omnium- vereniging met meerdere sportdisciplines. Denk aan de uitbreiding met dames- en meisjesvoetbal en de korfbaltak. Dit heeft naar mijn idee geleid tot een verrijking en meer gezelligheid binnen onze vereniging en het dorpsleven.
Ook het begeleiden van ’n team is in al die jaren veranderd hoewel het spelletje, behoudens enkele spelregels, hetzelfde is gebleven. Kon je vroeger volstaan met een of twee leiders inclusief grensrechter, nu hebben veel teams drie begeleiders. De spelers zijn mondiger geworden, meer inspraak en meer uitleg is nodig. De sport is veel fysieker en sneller geworden, zodat meer begeleiding ook noodzaak is.
Ik heb in deze ruim veertig jaren ook de kantine /kleedlokalen steeds zien uitbreiden, naar uiteindelijk de prachtige accommodatie zoals die er nu staat. Een kleine bijdrage mocht ook ik hieraan leveren. De vereniging is gegroeid en heeft een prominente plaats in onze Nisserooijse gemeenschap.
Dat ik dit nu al veertig jaar kan en mag volhouden is niet enkel mijn verdienste. Dit is mede te danken aan al die spelers die ik mocht begeleiden en de vele vrijwilligers met wie ik heb samengewerkt en nog samenwerk.
Een van de voorzitters die ik mocht meemaken had ’n slogan die heden ten dage nog steeds op gaat . “Alleen kan je niets, samen kan je alles.” Zo is het.
Zonder al deze personen was dit voor mij niet mogelijk geweest. Hierdoor heb ik dit werk altijd met veel plezier mogen doen en hopelijk kan ik dit jaren zo volhouden.”