De allerbesten in 75 jaar

Tijdens het 75-jarig jubileum in 2014 werd het elftal, met begeleiding en wisselspelers, bekend gemaakt waarin de beste spelers te vinden zijn uit de 75 jarige historie. Via de website konden leden stemmen op telkens vier genomineerden. Uiteindelijk was er een speciale commissie, bestaande uit 4 ereleden, aangevuld met de voorzitter van de vereniging en de pr. functionaris, die de definitieve keuze maakte, waarbij de binnengekomen stemmen zwaar meetelden.

Hieronder het elftal en daaronder alle genomineerden, met een beschrijving van hun kwaliteiten en verdiensten voor het 1e elftal. In rood degene die is gekozen>



De genomineerden:

Doelmannen:

Piet van Lierop (24-3-41):
Legendarische keeper, die in de jaren 60 en 70 furore maakte en 400 wedstrijden in het 1e elftal speelde. Hij maakte als 17 jarige reservekeeper, al deel uit van het elftal dat in 1958 kampioen werd. Piet was doelman in het kampioenselftal uit 1964 dat naar de 4e klasse promoveerde. Hij werd vaak gekozen in het regionale "Rode Kruis" elftal, dat destijds jaarlijks een wedstrijd speelde. Hij stopte na het seizoen '74-'75 op 34 jarige leeftijd. Piet overleed in december 2005 op 64 jarige leeftijd. Zijn bijnaam was de zwarte panter vanwege zijn donkere uiterlijk en sprongkracht.

Jos v.d. Bogaart 4-3-57:
Speelde eind jaren 70 en beginjaren 80 in totaal 136 wedstrijden in het 1e elftal. Jos was een keeper met een prachtige stijl. Hij had geweldige reflexen en was vooral, zoals het heet in het jargon, “op de lijn sterk”. In de jaren dat hij keepte speelde Prinses Irene in de 5e klasse. Nadat hij aan het einde van het seizoen ‘84-'85 stopte, maakt hij nog furore als een veel scorende spits in het 3e elftal.

Joan v.d. Heijden 23-3-63: Keepte zijn eerste wedstrijd in het 1e elftal al in het seizoen '80-'81. Vanaf het seizoen '86-'87 tot en met '98-'99 was hij bijna 13 seizoenen lang, nagenoeg altijd de eerste doelman. Joan was klein van stuk, maar had veel sprongkracht. Hij was bloedfanatiek en kon echt ziek zijn als hij een (zeldzaam) foutje maakte. In het seizoen '94-'95 was hij doelman van het elftal dat kampioen werd en naar de 4e klasse promoveerde. Joan speelde ruim 250 wedstrijden in het 1e elftal.

Jelle v.d. Elzen 26-8-79:
Allround keeper met veel lengte, keepte vanaf het seizoen '99-'00 tot en met het seizoen '11-'12, dertien seizoenen lang, nagenoeg altijd als vaste doelman in het 1e elftal en speelde ruim 250 wedstrijden. Hij was keeper in het elftal, dat in '07-'08 kampioen werd in de 4e klasse. In het seizoen '11-12, toen het 1e elftal promoveerde naar de 2e klasse, was hij ook eerste doelman, maar maakte vanwege een blessure het seizoen niet af. Die blessure noopte hem uiteindelijk ook te stoppen. Jelle ontwikkelde zich door de jaren heen tot een van de beste keepers in de regio. Zowel in 2006 als in 2010 werd hij gekozen tot sportman van het jaar.

Rechtbacks:

Wim Kling 30-9-1940:
Maakte de eerste successen mee van Prinses Irene. Debuteerde op 17 jarige leeftijd in het eerste elftal en speelde daarin tot begin competitie 63/64. Hij was niet de snelste, maar wist dit te compenseren door techniek en zijn wijze van opstellen. Hij was rechtsback in het elftal, waarin ook zijn broer Lee speelde, dat in 1958 kampioen werd in de 2e klasse van de ”Brabantse Bond” en naar de 1e klasse promoveerde. Opmerkelijk was dat hij in een wedstrijd tegen DAW, linksbuiten en (eenmalig) international, Kees Aarts helemaal uitschakelde, mede door goed gebruik te maken van zijn postuur. Na dat seizoen verkaste Aarts via één jaar Top, naar Willem 2 en speelde daarna 225 duels voor ADO, waar hij bijvoorbeeld nog onder Ernst Happel speelde.

Jan van Delst 7-5-1947: Jan maakte als 17 jarige al zijn debuut en speelde in de seizoenen '65 - ’66 tot en met ’74 -’75 in totaal 121 wedstrijden in het 1e elftal, dat toen in de 4e klasse uitkwam. Jan was een stugge harde verdediger, die ook erg goed kon koppen. Hij speelde vaak rechtsback, maar kon op alle posities in de achterhoede uit de voeten. Zijn handelsmerk was de sliding, hij werd door zijn medespelers “de man met de uitschuifbenen” genoemd. Jan had waarschijnlijk heel wat meer wedstrijden gespeeld, maar hij moest zijn militaire dienstplicht in Duitsland vervullen en kwam daardoor bijna 2 seizoenen niet in actie.

Kees v.d. Hanenberg 9-1-1953: Kees speelde in totaal 247 wedstrijden gedurende de seizoenen ’71 -’72 tot en met ’84 - ’85. In deze periode was hij een van de boegbeelden van Prinses Irene. Hij was een moderne back, die zich ook in aanvallend opzicht onderscheidde. De relatief kleine rechtsback, die ook actief was als laatste man en voorststopper, stopte na een conflict met de toenmalige trainer. Hij had makkelijk de 250 wedstrijden vol gemaakt als dat niet was voorgevallen. Kees was geweldig gedreven en scoorde, ondanks zijn kleine postuur, regelmatig koppend.

Paul v.d. Heijden 24-1-1974: Paul speelde in het seizoen ’90 -’91 al zijn eerste wedstrijd in het 1e elftal. Hij werd een vaste speler in het seizoen ’92 - ’93. Paul was een technische back met veel opbouwende kwaliteiten, die ook in het centrum goed uit de voeten kon. Ondanks dat hij 173 wedstrijden in het 1e elftal speelde, was hij niet elk seizoen basisspeler. Dit had alles te maken met de visie van de trainers die dan aan het bewind waren en soms kozen voor een minder meevoetballende back. Hij maakte deel uit van de kampioenselftallen uit ’93 -’94 en ’99 -’00, waarmee hij twee keer naar de 4e klasse promoveerde. In het seizoen ’07-’08 speelde Paul zijn laatste wedstrijd in het 1e elftal.

Rechter centrale verdedigers:

Lé Kling 04-12-1937:
Maakte de eerste successen mee van Prinses Irene. Hij was voorstopper (centrale verdediger) in het elftal dat in 1958 kampioen werd in de 2e klasse van de ”Brabantse Bond”. Lé speelde ook in het elftal dat in '64 kampioen werd in de 1e klasse Brabantse Bond en naar de 4e klasse promoveerde. In zijn beginjaren maakte hij furore als rechtsbuiten en verhuisde later naar het centrum van de verdediging. Hij was een technisch begaafde speler, met heel veel opbouwende kwaliteiten. Alhoewel hij er stevig in kon gaan, maakte hij weinig overtredingen, omdat hij door zijn technische begaafdheid zijn tegenstanders toch meestal de baas was. Het is niet bekend hoeveel wedstrijden Lé in het 1e elftal speelde, omdat dit pas vanaf 1963 wordt bijgehouden. We schatten dat hij zo'n 10 seizoenen actief was, in het seizoen ’65 -’66 speelde hij zijn laatste wedstrijd.

Harrie Exters 06-02-1939:
Speelde in het seizoen ’71 –’72 zijn laatste wedstrijden in het 1e elftal, hij was toen al gehuldigd vanwege 250 wedstrijden. Speler die ontzettend populair was bij de toeschouwers door zijn tomeloze inzet. Hij cijferde zichzelf helemaal weg in het belang van het team en dat van technisch begaafdere medespelers. Hij speelde meestal tegen de beste aanvaller van de tegenstander en schakelde deze dan uit. Fameus zijn de duellen die hij uitvocht met de regionaal hoog aangeschreven Nico Rovers, spits van het Geffense Nooit Gedacht, die net nog iets beter was dan zijn medespeler en vader van Ruud van Nistelrooij, Tiny. De anekdote gaat nog steeds rond, dat Harrie op de zaterdag voor de wedstrijd wel drie keer naar het publicatiebord ging, om te kijken of zijn naam nog steeds bij de opgeroepen spelers stond. Harrie speelde zowel in het kampioenselftal uit 1958, als dat van 1964. Na zijn actieve carrière voetbalde hij nog in de veteranen en deed veel vrijwilligerswerk. Daarnaast is hij nog steeds supporter van het 1e elftal.
 
Jan van Venrooij 22-04-1959: Hij maakte in het seizoen ’76-77 al zijn debuut in het 1e elftal. Vanaf het seizoen daarna speelde hij 11 seizoenen nagenoeg onafgebroken in het 1e elftal. Een zware rug/spierblessure maakte in ’87-’88 een (tijdelijk) einde aan zijn actieve carrière. Toen hij in het seizoen ’91-92 weer ging voetballen in een lager elftal (5e), stond hij binnen de kortste keren weer in het 1e elftal en speelde in de seizoenen ’91-’92 en ’92-’93, nog respectievelijk 12 en 16 wedstrijden. Jan kwam in totaal tot 292 caps. Hij was een rechtsbenige centrale verdediger, met een geweldige wedstrijdmentaliteit. Hij straalde onverzettelijkheid uit en streed tot de laatste minuut. Hij had de pech dat, in de periode dat hij actief was, het 1e elftal weinig successen boekte. Dat lag zeker niet aan zijn kwaliteiten. Bijzonder is dat Jan enkele seizoenen in het 1e elftal uitkwam met zijn broers Peter en Richard.

Gijs van Erp 07-10-1986: Speelt momenteel voor het 9e seizoen in het 1e elftal, waarvan hij ook aanvoerder is en al zo'n 220 wedstrijden voor speelde. Gijs kwam in de jeugd enkele seizoenen uit voor TOP Oss, het huidige FC Oss. Vanuit Prinses Irene A1 maakte hij rechtstreeks de overstap naar het 1e elftal, waar hij al heel snel een van de dragende spelers werd. Gijs was speler van het elftal dat in 2007-2008 kampioen werd in de 4e klasse en ook van het elftal dat in 2011-2012 via de nacompetitie naar de 2e klasse promoveerde. Hij is een sterke, sierlijke, technische verdediger. Opbouwend zijn er weinigen in de 2e klasse en de regio, die beter zijn dan hij. Zijn opkomen is befaamd, trainers van tegenstanders offeren vaak een speler op, om zijn aanvallende impulsen in te dammen. Gijs werd verschillende keren benaderd om op een hoger niveau te gaan voetballen door regionale clubs, maar bleef Prinses Irene trouw.

Linker centrale verdedigers:

Edo Farneubun 09-03-1949:
Is de enige speler in de Prinses Irene historie die profvoetbal heeft gespeeld. Hij debuteerde in het seizoen ’65-’66 in het 1e elftal van Prinses Irene toen nog als aanvaller. Na 3 seizoenen werd hij ingelijfd door Helmond Sport, waarvoor hij in totaal 6 seizoenen uitkwam. Edo keerde in het seizoen ’74 -’75 terug.Legendarisch is het verhaal dat hij in een belangrijk degradatieduel van het 1e elftal toch meespeelde, terwijl hij een heel zware beenblessure had. Puur op karakter en op verzoek van medespelers en trainer, speelde hij die wedstrijd toch mee en uit. Hij had een geweldig spelinzicht, was technisch sterk en loste alles voetballend op. Zijn winnaarsmentaliteit was en voorbeeld voor iedereen. Edo speelde in totaal 113 wedstrijden in het 1e elftal en is nog steeds een trouwe en supporter van het 1e elftal, net als zijn vier broers.

Mario van Roosmalen 19-11-1960: Werd pas op wat latere leeftijd (23 jaar) een vaste kracht in het 1e elftal. Hij stond vaak in het centrum opgesteld en speelde dan als laatste man. Hij kwam ook veelvuldig als linksback in actie. Mario was niet de snelste, maar compenseerde veel met zijn technisch perfect uitgevoerde slidings. Hij beschikte over een prachtige lange pass en was door zijn lengte nagenoeg onklopbaar in de lucht. Hij speelde uiteindelijk “slechts” 113 wedstrijden in het 1e elftal, mede omdat hij veelvuldig geplaagd werd door (knie)blessures. In het seizoen ’90-’91 speelde hij zijn laatste wedstrijd. Hij is nu assistent scheidsrechter bij het 1e elftal.

Bertino de Wit 18-01-1965: Bertino was in de jeugd niet een speler die opviel. Hij speelde zelfs bij zijn overgang naar de senioren niet als vaste basiskracht in de A1 junioren. Toch ontwikkelde hij zich als snel tot basisspeler en speelde in totaal 299 wedstrijden in de periode 1984 tot en met 1999. Nagenoeg altijd stond hij in het centrum van de verdediging, hoewel hij ook wel eens als vleugelverdediger werd ingezet. Bertino is een typisch voorbeeld van een speler die wist wat hij wel en niet kon. Hij schakelde zijn directe tegenstander uit en koos dan voor een simpele voortzetting naar een medespeler. Hij speelde puur in dienst van het elftal en pakte meestal de gevaarlijkste spits van de tegenstander. Bertino was een goede kopper en had een mooie sliding in huis. Hij was speler van het elftal dat in 1994 kampioen werd en naar de 4e klasse promoveerde.

Hein Langens 08-02-1987: Heeft inmiddels ruim 150 wedstrijden in het 1e elftal gespeeld, waarin hij in het seizoen 2005-2006 debuteerde. Hij speelde ook regelmatig als linksback. Hein begon pas op relatief late leeftijd (bij de jeugd) te voetballen, daarvoor was de scouting zijn hobby! Zijn bijnaam is “De Zeis” dit vanwege de wijze waarop hij zijn slidings maakt en de hardheid die hij in zijn spel legt. Hein is een goede kopper, die het team nooit in de steek laat en tot het gaatje gaat om te winnen. Hij is zeer taakbewust en strijkt menig plooitje glad dat medespelers laten vallen. Je ziet pas hoe belangrijk hij is, als hij niet meedoet. Hein maakte deel uit van het elftal dat in 2007-2008 onder leiding van Ton Berens kampioen werd in de 4e klasse en vier jaar later promoveerde naar de 2e klasse. Bijzonder is, dat we binnenkort ook vader Laurens en zijn oom Frans tegenkomen bij de genomineerden voor het beste elftal in 75 jaar Prinses Irene!

Linksbacks:

Laurens Langens 10-12-1958:
Speelde 13 seizoenen op rij in het 1e elftal en is een van de 14 spelers in de Prinses Irene historie die tot 250 wedstrijden kwam. Hij debuteerde op 19 jarige leeftijd in het seizoen ’77-’78 en beëindigde zijn carrière, mede door een blessure, in het seizoen ’89- ’90. Laurens was stijf links en was technisch vaardig, in de periode dat hij speelde, kwam het 1e elftal uit in de 5e klasse. Laurens speelde ook als linksbuiten en linkermiddenvelder. Hij was niet de snelste, waardoor hij op die posities minder tot zijn recht kwam. Hij had een voortreffelijke traptechniek en had zelden een overtreding nodig. Hij komt uit een echte voetbalfamilie, zo peelde hij jarenlang met zijn broer Frans in het 1e elftal. Zijn zoon Hein speelt in het 1e elftal, waar Laurens regelmatig als assistent scheidsrechter bij acteert.

Twan Verstraten 2-10-1976: Speelde meer dan 250 wedstrijden in het 1e elftal. In zijn jeugdjaren kwam hij verschillende jaren uit voor FC Den Bosch. Zo waren Ruud van Nistelrooij en Theo Lucius, die het allebei tot international schopten, medespeler van hem. Patrick Kluivert was een van zijn tegenstanders toen. Hij zat tegen het 1e elftal van FC Den Bosch aan, maar maakte nooit zijn debuut. Na nog een seizoen in het 2e elftal van TOP Oss, kwam hij in ’98-’99 terug naar Prinses Irene. Het was een succesvolle periode voor onze verenging en Twan In het seizoen ’99 -’00 promoveerde het elftal naar de 4e klasse en hij maakte ook deel uit van het elftal dat in ’07-’08 kampioen werd in de 4e klasse. Twan was een fysiek sterke speler, met een geweldige wedstrijdmentaliteit. Hij had een goede pass, was snel en kon goed koppen, zijn opkomen was vermaard. Door een zware knieblessure miste hij bijna twee seizoenen, maar knokte zich toch weer terug. Aan het einde van het seizoen 2010-2011 stopte hij en ging in het 2e elftal spelen.

Jorg v.d. Berg 14-12-1975: Speelde in 3 periodes voor het 1e elftal van Prinses Irene, waarvoor hij in totaal 182 wedstrijden speelde. Hij kwam in ’94-’95 vanuit de A- junioren meteen bij het 1e elftal. Na 4 seizoenen vertrok hij naar EVVC, dat in de 4e klasse speelde, waaruit Prinses Irene toen juist uit degradeerde. Vier seizoen later keerde hij terug, om vier seizoenen later te vertrekken naar SV Top. Na 7 seizoenen in de hoofdklasse bij SV Top en later Blauw Geel ‘38, keerde hij in het seizoen ’11-’12 weer terug en maakte de promotie naar de 2e klasse mee. In het seizoen ’12-’13 beëindigde hij zijn lange (19 jarige) carrière. Jorg was een speler met veel coachende kwaliteiten en een prachtig linkerbeen. Hij kon goed koppen, verdedigend, maar ook aanvallend en scoorde zo vaak. Hij had een voortreffelijke wedstrijdmentaliteit, was slim in duels, maar ook in het bespelen van tegenstanders en scheidsrechter.

Jevaro Ikanubun 16-9-1990: Speelde verschillende seizoenen in de jeugd van TOP Oss. Als 2e jaars B- junior keerde hij terug. In het seizoen ’08-’09 maakte hij zijn eerste minuten in het 1e elftal, hij heeft inmiddels een kleine 120 wedstrijden gespeeld. Waar hij in de jeugd altijd als centrale middenvelder speelde, werd hij destijds door coach Gaby Kuipers, tot ieders verrassing, als linksback opgesteld. Op die positie heeft hij zich tot een van de beste linksbacks in de 2e klasse ontwikkeld. Jevaro is een gave technicus, die alles voetballend oplost en veel opbouwende kwaliteiten heeft. Hij is lang en heeft zich in de relatief korte periode dat hij in het 1e elftal speelt tot een van de beste koppers van het elftal ontwikkeld. Hij komt graag op, heeft een goede passerbeweging, veel overzicht en een goede inspeelpass. Hij kan ook bijzonder goed uit de voeten als centrale verdediger, waar hij met zijn opbouwende kwaliteiten en lengte misschien, op termijn, nog wel beter tot zijn recht komt.

Rechter middenvelders:

Jan Farneubun: 2-6-1950:
Begenadigd technicus uit een familie die verschillende 1e elftalspelers heeft afgeleverd. Hij maakte in 1972-1973 zijn debuut en speelde in totaal “maar”117 wedstrijden in het 1e elftal. Dit kwam omdat in het seizoen 1981-1982 de Nistelrodese Molukse gemeenschap een eigen voetbalvereniging oprichtte (FC EWAB), waardoor alle senioren, met Molukse roots, Prinses Irene toen vaarwel zeiden. Jan had heel overzicht, altijd rust aan de bal en was vooral in de kleien ruimte groots. Hij zou erg goed in het huidige “tikkie takkie” voetbal passen, waarin plaats is voor spelers die hoofdzakelijk op techniek spelen. Jan(tje) was klein van stuk, speelde puur op souplesse, had weinig kracht, waardoor het (afstand) schot niet zijn sterkste eigenschap was. Wel kon hij prachtige steekpassjes geven, met een snelle, verkapte, voetbeweging, waarmee hij mening spits vrij voor het doel zette.

Antwan Timmers: 11-7-1971: Speelde 208 wedstrijden in ons vlaggenschip, waarvoor hij in het seizoen 1991-1992 zijn debuut maakte. In 2001-2002 speelde hij daarvoor zijn laatste (18) wedstrijden. Antwan was een speler, die altijd met heel veel inzet speelde. Hij had de (zeldzame) kwaliteit dat hij op het juiste moment de diepte zag en daar dan ook indook. Mede daardoor scoorde hij als middenvelder opvallend veel. Hij had ook een stevige pegel in zijn benen, waarmee hij ook regelmatig doel trof. Daarnaast was hij bij dode spelmomenten gevaarlijk met zijn kopkracht. Hij maakte onderdeel uit van het elftal dat in 1993-1994 en 1999-2000 kampioen werd in de 5e klasse.

Teun van Schadewijk: 2-11-1982: Maakte in het seizoen 2001-2002 zijn debuut in het 1e elftal, waarvoor hij inmiddels meer dan 200 wedstrijden heeft gespeeld. Teun was in zijn beginjaren vooral aanvaller. Na afloop van het seizoen 2006-2007 vertrok hij naar SV Top, waar hij 3 seizoenen voor uit zou komen. De toenmalige coach van TOP, John Meijs, die komend seizoen trainer is bij Prinses Irene, zette hem daar in als (verdedigende) middenvelder. Waar bij zijn vertrek sommige mensen hun voorhoofd fronsten, werd hij een zekerheidje bij TOP. Drie seizoenen later kwam hij gelouterd terug en ontpopte zich vervolgens tot een van de belangrijkste spelers van het huidige elftal. Vaak wordt hij geconfronteerd met extra bewaking om te voorkomen dat hij te bepalend wordt in de wedstrijden. Teun is balvast, zijn wegdraaien van de tegenstander met de bal aan de voet is fameus en hij lost alles voetballend op. De (toekomstige) Bosschenaar maakte onderdeel uit van het team dat in het seizoen 2011-2012 via de nacompetitie naar de 2e klasse promoveerde.

Tim v.d. Brand: 1-10-’93: Is met zijn 20 jaar de jongste genomineerde in het elftal 75 jaar Prinses Irene. Maakt al op 16 jarige leeftijd zijn debuut. Hij kwam toen in het veld in de bekerwedstrijd tegen HVCH en schoot de beslissende penalty binnen, waardoor grote broer HVCH werd uitgeschakeld. Voetbalde in zijn jeugdjaren enkele seizoenen bij FC Den Bosch. Hij werd na 3 maanden vanuit de A1 junioren al overgeheveld naar het 1e elftal, waar hij inmiddels bezig is aan zijn 4e seizoen en al meer dan 100 wedstrijden speelde. Tim is een echte publieksspeler en heeft wat je noemt een doelmatige voetbaltechniek. Met zijn grote loopvermogen, inzet en komend vanuit het middenveld is hij amper af te stoppen door de tegenpartij. Hij scoorde afgelopen seizoenen steeds zo’n 15 doelpunten, wat voor zo’n jonge middenvelder erg veel is op 2e klasse niveau.

Centrale middenvelders:

Martien Zwinkels 31-03-1925:
Martien is de oudste van de in totaal 44 genomineerde spelers voor het elftal met de beste voetballers van de afgelopen 75 jaar. Hij stierf in december 1994 op 74 jarige leeftijd. Eigenlijk weten we niet zo veel van hem, omdat hij vooral in de beginjaren actief was als voetballer en er niet zo veel mensen meer zijn die hem hebben zien voetballen. Degenen die het kunnen weten, zeggen dat hij zijn tijd vooruit was. Waar in die tijd het spel vooral een “kick en rush” karakter had, was hij juist een technicus, die het van zijn voetballend vermogen moest hebben. Een uitzondering in die tijd bij een dorpsclub. Hij was tactisch sterk en leek daardoor altijd op de plaats te staan waar de bal kwam. Hij was een echte Prinses Irene man, die na zijn actieve voetbalcarrières ook bestuurlijk actief was. Zo was er in die tijd, naast een trainer, nog een elftalcommissie die de opstelling maakte. Martien was daar voorzitter van, maar ook op andere gebieden heeft hij zich ingezet.

Frans Langens: 22-3-1950: Speelde maar liefst 368 wedstrijden. Hij maakte zijn debuut in het seizoen 1968 en speelde 20 seizoenen later in 1989 zijn laatste wedstrijd. Hij kwam ook nog 2 seizoenen in actie voor Blauw Geel in die periode. Frans was een gave technicus, met een voortreffelijk linkerbeen, waarmee hij ook regelmatig het net wist te vinden. Zijn overzicht, rust aan de bal en prachtige lange pass waren zijn handelsmerk. Frans speelde ook regelmatig als linkshalf en in zijn laatste jaren als laatste man, waar zijn opbouwende kwaliteiten erg goed van pas kwamen. Hij had de pech dat hij gedurende al die jaren speelde in een elftal dat weinig succes had en nagenoeg steeds in de 5e klasse bleef hangen. In al die jaren was hij een van de spelbepalende spelers en werd door menig hoger spelende regioclub begeerd, maar hij bleef Prinses Irene trouw. Zijn vertrek naar Blauw Geel destijds had te maken met de trainer die werd aangetrokken. Frans kende hem en ze lagen elkaar niet. Toen deze vertrok keerde hij ook meteen weer terug. Vorig seizoen, op 63 jarige leeftijd, zette hij pas een punt achter zijn actieve carrière, waarin hij slechts hoog zelden een kaartje pakte.

Dennis de Groot: 21-04-72: Maakte in het seizoen 1989-1999 zijn debuut in het 1e elftal en speelde daarvoor totaal 220 wedstrijden. In het seizoen 2002-2003, speelde hij zijn laatste wedstrijd. Dennis was een middenvelder, die het vooral moest hebben van zijn combinerend vermogen. Hij was relatief klein en had altijd oog voor zijn medespelers. Door zijn beweeglijkheid was hij moeilijk af te stoppen en creëerde daarmee vaak de ruimte voor medespelers. Hoewel hij bij zijn debuut in het 1e elftal, naar uw verslaggever zich meent te herinneren, 3 doelpunten maakte, was dat niet zijn sterkste punt. Dennis speelde ook regelmatig als spits, waarbij hij vooral als aanspeelpunt werd gebruikt en zijn beweeglijkheid hem goed van pas kwam. Hij was lid van het elftal dat in 1994 kampioen werd en ook van het team dat dit in 2000 herhaalde.

Ruud Wijnen: 19-08-1982: Speelde zo’n 150 wedstrijden in het 1e elftal. Hij voetbalde in zijn jeugdjaren vanaf de D1 tot en met de A1 bij FC Den Bosch. Op jonge leeftijd maakte hij een ernstige ziekte door, waardoor hij later rugklachten kreeg en hij buiten de boot viel. Deze rugklachten speelden zijn hele carrière een negatieve rol. Mede daardoor beëindigde hij aan het einde van dit seizoen ook zijn loopbaan bij het 1e elftal. Ruud is klein van stuk, maar groots in zijn overzicht en techniek. Hij kan als geen ander de bal direct spelen en als je hem bezig zag, dacht je altijd dat voetballen eigenlijk heel eenvoudig is. Toch was hij niet altijd een vaste waarde, terwijl trainers altijd hoog opgaven over zijn kwaliteiten. Het was een genot hem te zien spelen, vooral als zijn team in balbezit was. Ruud speelde ook nog enkele seizoen bij WHV. Na zijn terugkeer, zagen we een andere speler. Hij was veel meer een teamspeler dan voorheen. De technicus was speler van het elftal dat in 2008 kampioen werd in de 4e klasse en ook van het team dat 2012 naar de 2e klasse promoveerde.

Linker middenvelders:

Gerard Janssen: 28-7-1938:
Kwam, toen hij trouwde, vanuit Oss’20 bij Prinses Irene voetballen in de zestiger jaren. Gerard was zijn tijd vooruit hij was toen al tweebenig, wat in de jaren een zeldzaamheid was, zelf in het profvoetbal. Hij was een speler met veel overzicht en rust aan de bal. Hij beschikte over een gave traptechniek, vrije trappen en corners waren daarom altijd zijn deel. De geboren Ossenaar was tactisch sterk, zo mocht hij van trainers tijdens de wedstrijd tactische wisselingen in het elftal doorvoeren als hij dat nodig vond. Hij was speler van het team dat in 1964 kampioen werd. Omdat vanaf 1963 pas het aantal wedstrijden wordt bijgehouden is niet precies na te gaan hoeveel hij die speelde. In ieder geval waren het er vanaf 1963 ruim 110, maar het zullen er waarschijnlijk veel meer zijn. Gerard is erelid van onze vereniging. Hij was 20 jaar bestuurslid, waarvan vele jaren als voorzitter, een tijdlang was hij daarnaast tegelijkertijd ook nog secretaris. Onder zijn leiding werd er met korfbal en vrouwenvoetbal gestart. Bijzonder is ook nog dat hij startte met een keuken/snackcorner in de kantine, iets wat nu niet meer weg te denken valt. Ook nam hij als voorzitter een tijdje het trainerschap over, nadat de trainer van het 1e elftal slecht presteerde. Onder zijn leiding raakte het team in de winning mood en wist zich makkelijk te handhaven.
 
Stefan Timmers: 9-6-1972: Kwam in het seizoen ’92-’93 in het 1e elftal en speelde daarin totaal 157 wedstrijden. Stefan was een begaafd technicus, die mede door zijn lengte ook aardig kon koppen. Ten opzichte van veel middenvelders onderscheidde hij zich door goede passeeracties. Hij zorgde zo vaak met lange rushes voor gevaar en doelpunten. Stefan speelde ook nog enkele seizoenen voor, destijds 2e klasser, Wilhelmina uit Den Bosch. Na zijn terugkeer had hij veel last van blessures, waardoor hij relatief weinig meer heeft gespeeld. In het seizoen 2001-2002 speelde hij zijn laatste wedstrijden. Drie seizoenen later kwam hij toch nog drie keer in actie. Stefan was speler van het elftal dat in 1994 kampioen werd en naar de 4e klasse promoveerde. Nadat het elftal daar in 1998 weer uit degradeerde, werd hij opnieuw kampioen in 2000.
 
Dennis van Erp: 15-9-83: Speelde vanaf het seizoen 2002-2003 acht seizoenen op rij in het 1e elftal, waarvoor hij in totaal 141 keer uitkwam. Dennis stopte al op 27 jarige leeftijd, omdat hij het voetballen niet meer kon combineren met zijn werk. Hij zou nu nog moeiteloos mee kunnen met het 1e elftal. Hij was een speler die het van zijn voetballend technisch vermogen moest hebben en dat combineerde met inzet, overzicht en combinatievermogen. Dennis speelde op verschillende posities op het middenveld en zelfs een seizoen als laatste man. Hij had “snelle voetjes” en wist zo vaak simpel ballen te veroveren door op het juiste moment in te grijpen. Hij had zijn fysiek niet mee, maar ondanks zijn tengere gestalte ging hij het duel niet uit de weg. Hij was speler van het team dat in 2008 kampioen werd in de 4e klasse.

Cees van Schadewijk:14-9-80: Speelde onlangs zijn 250e wedstrijd in het 1e elftal, waarin hij op 16 jarige al debuteerde als invaller. Cees is een speler met een geweldige wedstrijdinstelling, die heel slecht tegen zijn verlies kan. Hij heeft een sterk linkerbeen, waarmee hij menig splijtende pass heeft gegeven. Hij houdt altijd overzicht, zowel in de kleine als grote ruimte. Cees speelde ook nog in totaal 4 seizoenen voor HVCH en SV Top en keerde in het seizoen 2009-2010 weer terug. Ondanks een zware kruisbandblessure wist hij zich weer terug te knokken in het 1e elftal, waar hij de laatste seizoenen ook vaak als centrale middenvelder stond opgesteld. De meeste van de 250 wedstrijden speelde hij echter als linker middenvelder, vandaar de nominatie voor die positie. Cees was speler van het elftal dat in 2000 kampioen werd in de 5e klasse en dat van 2012, dat naar de 2e klasse promoveerde.

Rechtsbuitens:

Jan v.d. Heijden: 03-07-1951:
Maakte in 1968 zijn debuut in het 1e elftal, dat destijds een van de toonaangevende elftallen was in de regio en 4e klasse. Hij maakte vanuit de A1 meteen de sprong naar het 1e elftal, in 10 seizoenen kwam hij tot bijna 160 wedstrijden. Jan was een echte teamspeler, die vooral anderen beter liet voetballen. Hij maakte enkele seizoenen deel uit van een voorhoede die, naast hem, bestond uit Ad Dollevoet en Don Ngarbingan. Die voorhoede stond hoog aangeschreven in de regio. Jan moest het niet van zijn technisch vermogen hebben, maar was gevaarlijk met zijn geweldige snelheid en moest, à la René v.d. Kerkhof, in de diepte worden aangespeeld. Hij knapte, met zijn grote inzet, het nodige “vuile werk” op voor de genoemde twee “vedetten” van destijds. Jan komt nog regelmatig de wedstrijden van het 1e elftal bezoeken en is een fervent toerfietser.

Jan v. Lith: 03-03-1956: Is een van de 14 spelers die meer dan 250 wedstrijden in het 1e elftal speelden. In totaal kwam hj in 15 seizoenen tot 292 caps en dan rekenen we zijn enige (debuut)wedstrijd uit het seizoen ’74-75 nog niet mee. Jan was een speler met de nodige lengte, maar geen sterke kopper. Hij had echter een fantastische trap in zijn rechter, waarmee hij veelvuldig scoorde en prachtige passes verzond. Zijn startsnelheid was niet groot, maar als hij eenmaal op snelheid lag, dan waren er weinigen die hem achterhaalden. Jan had een prachtige voorzet in huis en zijn kapbewegingen waren befaamd. Vaak kwam na zo'n kapbeweging een poeier die mening doelman te machtig was. In het seizoen ’78-’79 degradeerde hij naar de 5e klasse, nadat bijna een half elftal het seizoen daarvoor was gestopt. Jan was, ondanks dat hij buitenspeler was, verschillend seizoenen topscorer.
Joop v.d. Heijden: 21-03-1967: Is de speler met de meeste wedstrijden in het 1e elftal uit de historie van Prinses Irene. Joop kwam in totaal 416 keer uit voor ons vlaggenschip, hier deed hij 21 (!!) seizoenen over. Als 16- jarige A- junior speelde hij in het seizoen '83-'84 al 2 wedstrijden, op 17-jarige leeftijd werd hij al basisspeler. In het seizoen 2003-2004, speelde hij zijn laatste 6 wedstrijden. Joop werd vaak vergeleken met zijn oom Ad Dollevoet, wat betreft zijn dribbels en postuur ging dat zeker op. Joop had de pech dat hij lang in een lichting actief was die in de 5e klasse speelde. Hij was iemand met veel inzet en ondanks zijn tengere postuur ging hij voor niemand opzij. Hij hield altijd overzicht waardoor hij, na individuele acties, vooral anderen liet scoren. Hoewel hij niet een echt goalgetter was, wist hij in de jubileumwedstrijd bij het 60-jarig bestaan tegen Belgisch kampioen Club Brugge, de doelman en Belgisch international Van de Walle te verschalken met een mooi kapbeweging. Joop was speler van de elftallen die in 1994 en 2000 kampioen werden. Joop speelde ook verschillende seizoenen als linksbuiten en als middenvelder. Na zijn actieve carrière werd hij wedstrijdsecretaris bij de senioren, daarnaast is ook al verschillende jaren leider van het 1e elftal.
Jeroen Bekkers: 06-11-1987: Is de rechtsbuiten van het huidige 1e elftal. Hij werd in 2012 gekozen tot sportman van het jaar. De dribbel koning heeft inmiddels zo’n 170 wedstrijden in het 1e elftal gespeeld. Hij debuteerde op 19-jarige leeftijd en speelt vanaf die tijd nagenoeg ononderbroken (8 seizoenen) in dit elftal. Hij was speler van het team dat in 2008 kampioen werd en naar de 3e klasse promoveerde. Vier seizoen later was hij ook weer van de partij bij de promotie naar de 2e klasse. Je zou kunnen zeggen dat zijn definitieve doorbraak kwam onder coach Gaby Kuipers die zo’n 5 seizoenen geleden bij Prinses Irene binnenkwam. Was hij voorheen vooral een aangever, daarna ontpopte hij zich ook nog tot een echte doelpuntenmaker. Al verschillende jaren maakt hij er zo’n 10 per seizoen en dat is veel voor een buitenspeler, die vaak (ook) geprezen wordt door tegenstanders. Opvallend is dat hij, ondanks zijn relatief geringe lengte, ook regelmatig met het hoofd doeltreffend is. Jeroen is een speler die op intuïtie speelt en geweldige passeer acties heeft, ook in de kleine ruimte. Daarnaast is hij een toonbeeld van inzet en sportiviteit.

Spitsen:

Martien Lagarde: 4-6-1939:
Was een echte spits, die het van zijn kracht en inzet moest hebben, hij liep werkelijk op elke bal. Hij was zo sterk als een beer en boezemde daarmee tegenstanders ontzag in. Hij was vaak de afmaker van acties van met name Ad Dollevoet, waarmee hij jarenlang in het 1e elftal speelde, dat was in de periode eind jaren vijftig tot het seizoen ’69-’70. Martien kon de toeschouwers soms tot wanhoop brengen door eenvoudige kansen te missen, maar kon ook uit onmogelijke hoeken het doel treffen. Als je onder druk stond kon je eenvoudig de lange bal spelen, waarmee hij het de tegenstander altijd lastig maakte. Martien was speler van het elftal dat in 1958 kampioen werd en ook van dat in 1964, via een kampioenschap, promoveerde naar de 4e klasse. Hij heeft waarschijnlijk ruim 200 wedstrijden gespeeld in het 1e elftal. Vanaf 1963 worden die bijgehouden vanaf die tijd totdat hij stopte, speelde hij er een kleine 120.

Don Ngarbingan: 7-4-1952: Was een krachtige doelgericht spits. Hij maakte in het seizoen ’71-’72 zijn debuut en speelde vervolgens zes seizoenen lang nagenoeg alle wedstrijden. Het elftal kwam destijds uit in de 4e klasse. Daarna vertrok hij naar Oss’20, waarvoor hij vier seizoenen zou spelen. In het seizoen ’80-’81 keerde hij terug, waarna een blessure, na een amper een seizoen, een einde maakte aan zijn carrière. Don kwam in totaal tot 143 wedstrijden. Hij was geen toonbeeld van techniek, maar was in de zestien levensgevaarlijk en kon, ondanks dat hij niet echt groot was, goed koppen. Hij had ook een goed schot, waarmee hij vaak scoorde. Dat was ook de reden dat OSS ’20 hem destijds benaderde. Als er “oorlog gemaakt moest worden” kreeg Don vaak een seintje van de zijkant en hij wist dan vaak de wedstrijd een positieve draai te geven. Don overleed in november 1991 op de zeer jonge leeftijd van 39 jaar door hartfalen. In de D- jeugd speelt nu zijn talentvolle kleinzoon Donato Notenboom.

Richard v. Venrooij: 29-04-1961: Was de jongste van 3 voetballende broers die, ook kort samen, in het 1e elftal speelden. Richard was een tengere speler die de bal aan een touwtje had. Hij maakte op 16- jarige leeftijd zijn debuut en speelde dat seizoen al 5 wedstrijden. Het was het seizoen dat Prinses Irene degradeerde uit de 4e klasse. Naast zijn geweldige techniek, was hij ook zeer beweeglijk, conditioneel sterk en hij beschikte over veel overzicht. Richard speelde vooral in de spits, maar kon ook goed uit de voeten als centrale middenvelder. Hij scoorde regelmatig, maar was geen echte goalgetter, wel zag hij altijd vrijstaande medespelers, die hij wist te vinden met subtiele passjes. Na zijn debuutseizoen speelde hij nog 3 seizoenen bij Prinses Irene en vertrok toen naar hoofdklasser TOP. Dat was het begin van veel blessureleed. Door knieproblemen speelde hij daar in 2 seizoenen amper. Na zijn terugkeer kwam hij nog hij nog 2 seizoenen uit voor Prinses Irene, maar de knieproblemen dwongen hem al op 24-jarige leeftijd te stoppen, hij speelde toch nog 103 wedstrijden in het 1e elftal. Richard was een sportman in hart en nieren, zo was hij een ook een prima tafeltennisser en een goede toerfietser. Afgelopen december overleed hij op 52- jarige leeftijd aan een hartstilstand. Zijn zoon Stef keepte afgelopen seizoen in het 1e elftal.

Job v.d. Elzen: 23-08-1985: Speelt al vanaf het seizoen 2004-2005 onafgebroken in het 1e elftal, waarin hij in de 2 seizoen daarvoor ook al enkele invalbeurten had. Hij zal komend seizoen hoogstwaarschijnlijk de mijlpaal van 250 wedstrijden passeren. Job maakte alle successen van de afgelopen jaren mee. Hij scoorde in 2008 de kampioensgoal tegen DAW (1-0), waardoor het elftal naar de 3e klasse promoveerde. Hij was ook speler van het team dat in 2012 promoveerde naar de 2e klasse. Job bleef Prinses Irene trouw ondanks dat hij, meerdere seizoenen op rij ,werd benaderd door clubs van een hoger niveau uit de regio. Het is jammer dat niet bijgehouden is hoeveel goals hij heeft gemaakt in de 10 seizoenen dat hij vaste kracht is. Zo was hij in 2011 topscorer van de 3e klasse met 22 doelpunten. Al seizoenenlang scoort hij er zo’n 15 tot 20, we denken dan ook dat het er zeker 150 zijn. Job is ”met zijn neus naar de goal” een van de beste spitsen van de regio. Als hij ballen van de vleugel krijgt is hij levensgevaarlijk door zijn “neusje voor de goal”, machtige schot en kopsterkte. Job is daarnaast een speler die hard werkt en, ondanks dat hij vaak hard wordt aangepakt door tegenstanders, altijd sportief blijft. De laatste jaren is hij meer allround geworden en is ook sterk als aanspeelpunt en in de combinatie. In 2005 werd Job gekozen tot sportman van het jaar.

Linksbuitens:

Jo van Tilburg: 21-10-1942.
Van Jo is niet bekend wanneer hij zijn debuut maakte in het 1e elftal, maar dat is waarschijnlijk in 1960 geweest. Jo was speler van het elftal dat in 1964 kampioen werd en naar de 4e klasse promoveerde. In het seizoen ’71-’72 sloot hij zijn loopbaan af, om één seizoen later nog gedurende 2 seizoenen kort actief te worden met respectievelijk 3 en 4 wedstrijden. Hij kwam in totaal uit op zo’n 200 wedstrijden. Velen zullen zich hem ook herinneren als een flegmatieke laatste man, maar hij begon als “hangende linksbuiten”. Jo was een technische voetballer met een goed schot, koppen heeft een medespeler van destijds hem nooit zien doen! Hij beperkte zich meestal tot een goede voorzet of een schot op het doel. Jo was zeker geen harde werker, maar dat compenseerde hij door zijn spelinzicht.

Ad Dollevoet: 20-2-1942. Debuteerde al op 15- jarige leeftijd in het seizoen ’56-’57 in het 1e elftal. Negentien seizoenen later en zo'n 400 wedstrijden verder, nam hij afscheid. Wie de naam Prinses Irene in deze regio bij oudere voetbalsupporters laat vallen, hoor je meteen “Adje Dollevoet” roepen. Dan hoor je de verhalen van wat een geweldig speler hij wel niet was. Ad was een dribbelaar pur sang, die als hij nu jong was geweest, waarschijnlijk veel geld had kunnen verdienen met voetballen. Hij speelde kort bij TOP, maar had het daar niet naar zijn zin en keerde snel terug. TOP koos destijds voor hem en niet voor Kees Aarts uit Schaijk, die na Ad ’s vertrek wel werd aangetrokken en het nog tot international schopte. De tengere linkspoot was de koning van de assist, maar schoot er ook elk seizoen zelf een stuk of 15 binnen. Hij speelde zelden direct, maar nam aan, speelde een paar spelers uit en legde de bal dan panklaar voor een medespeler. In het jubileumboek bij het 60 jarig bestaan zei hij: “Hoewel soms gezegd werd dat ik een luie speler was, klopt dat niet. Ik had een goede instelling, voetballen was heel belangrijk voor mij. Ik ging echter niet op een bal lopen waarvan ik zeker wist dat ik die niet kon hebben”. Ad was speler van het elftal dat in 1958 en 1964 kampioen werd.
 
Ben Hanegraaf: 21-11-1961. Kwam in totaal uit in 143 wedstrijden en deed daar zo’n 10 seizoenen over. Ben had makkelijk het dubbele aantal wedstrijden gehaald, maar hij was bijzonder blessuregevoelig. Slechts gedurende 2 seizoenen speelde hij nagenoeg alle wedstrijden. (’84-’85 en 85- ’86). Als hij fit was stond hij altijd in de basis. Ben was een rechtspoot, die toen al op links speelde, iets wat nu ingeburgerd is, maar toen bijzonder was. Overigens kon hij ook aardig links. Hij was een speler, die altijd inzet had en zowel wist te incasseren, als uit te delen als het nodig was. Waar je zou verwachten dat hij met zijn rechterbeen vaak binnendoor zou komen, waren juist zijn rushes met zijn rechterbeen, over het rechterbeen van de tegenstander, befaamd. Ben pikte regelmatig een goaltje mee en zeker toen hij wat ouder werd, was koppen ook een sterk punt van hem. Na zijn actieve carrière werd Ben een bijzonder gewaardeerd bestuurs- en kaderlid. In 2013 werd hij benoemd tot (jongste) erelid (uit de geschiedenis) van onze vereniging.

Cobenn Farneubun: 10-5-1985: Speelt sinds het seizoen 2007-2008 in het 1e elftal. In zijn eerste seizoen werd hij meteen kampioen en promoveerde naar de 3e klasse. In 2012 was hij ook van de partij toen er, via de nacompetitie, werd gepromoveerd naar de 2e klasse. Cobenn speelt al 7 seizoenen op rij nagenoeg altijd en is inmiddels, van de spelers met Molukse roots, degene die veruit de meeste wedstrijden in het 1e elftal heeft gespeeld (± 175). Hij is een technicus pur sang en heeft prachtige passeerbewegingen, met dito voorzet. Tegenstanders durven nooit één tegen één tegen hem te spelen, omdat ze weten dat hij makkelijk een mannetje uitspeelt. Cobenn is tenger en bepaald geen speler die het van zijn kracht moet hebben. Souplesse, snelheid, overzicht en techniek zijn zijn sterke punten. Hij heeft met links een prachtig schot, maar laat dat niet altijd zien, mede daardoor scoort hij relatief weinig. Cobenn staat vaak aan de basis van een doelpunt door een assist, of de pass waaruit de assist wordt gegeven.

Coaches:

Gaby Kuijpers:
Trainde 3 seizoenen (’09-’10, ’10-’11, ’11-12) het 1e elftal. Gaby was, voordat hij bij Prinses Irene kwam, al succesvol bij andere verenigingen, met verschillende promoties en kampioenschappen. Met Prinses Irene haalde hij meteen in het 1e seizoen al de nacompetitie en werd daarin, door scheidsrechterlijk falen, uitgeschakeld. Het seizoen daarna was er een 2e plaats in de competitie maar ging hij, door een bijzonder ongelukkige speling van het lot, niet de nacompetitie in. In zijn derde en laatste seizoen werd het elftal opnieuw tweede, dit keer achter de “betaalde jongens” van DESO. In de nacompetitie werden alle wedstrijden gewonnen, waardoor promotie volgde naar de 2e klasse. Zo hoog speelde Prinses Irene nog nooit. Gaby is een uniek mens, die met zijn directheid, humor, taalgebruik en ongecompliceerd optreden, zowel de harten van de spelers als supporters veroverde. Hij speelde altijd gedurfd en om te winnen, met mooi aanvallend voetbal, waarbij risico’s niet werden vermeden. Hij durfde jeugdige spelers te brengen, die zich onder zijn leiding sterk ontwikkelden. Tijdens zijn trainerschap speelde Prinses Irene misschien wel het mooiste voetbal in de 75 jarige geschiedenis.

Ton Berens: Was 4 seizoen lang trainer/coach. Hij begon in het seizoen 2005/2006 en behaalde met het 1e elftal het, tot dan toe, grootste succes in de historie, door in 2008 kampioen te worden in de 4e klasse. Voor het eerst in de historie kwam het elftal daarna uit in de 3e klasse, waarin het zich onder zijn leiding wist te handhaven. Ton was een introverte, bijna verlegen man, maar in zijn functie van trainer bloedfanatiek. Hij was de eerste trainer die de spelers leerde om volgens een bepaald systeem te spelen en met duidelijk taakopdrachten en looplijnen het veld instuurde. Nu wordt nog door sommige spelers gezegd dat hij de basis/structuur heeft gelegd voor de latere successen. Hij zette de eerste seizoenen een goede verdedigende organisatie neer en van daaruit werd het spel verder geperfectioneerd. Dit resulteerde in een van de mooiste zondagen uit de historie van Prinses Irene. De kampioenswedstrijd in 2008 tegen DAW trok ruim 1500 bezoekers. Het kampioensfeest op die zonnige 4 mei 2008, is ongeëvenaard en trok een kleine 1000 bezoekers. Ton hoorde je, waar trainers wel eens een handje van hebben, nooit klagen over geblesseerde en of geschorste spelers. De elf die beschikbaar waren gaf hij het volle vertrouwen. Hij vertrok na Prinses Irene naar Heeswijk, waar hij ook bijzonder succesvol was.

Mari van Venrooij:
Wist, na 30 jaar zonder kampioenschappen, het 1e elftal in 1994 weer naar de titel te leiden, met promotie naar de 4e klasse. Eindelijk verlost van de “verderfelijke” 5e klasse, waar het steeds maar niet lukte om uit te komen, (met uitzondering van een seizoen, met een gelukje promoveerde het elftal via een 2e plaats in ’87-’88, maar degradeerde weer meteen). Mari was een paar seizoenen trainer geweest van de B- selectie (3e en 4e elftal) en kende de vereniging dus al goed. Hij hield “grote schoonmaak” en bracht een andere cultuur binnen. Hij hamerde vooral op de teamspirit, het individuele belang was ondergeschikt en dat was voorheen wel eens anders geweest. Hij koos voor een team met jonge jongens die er voor wilden gaan. Degenen die zich niet wilden of konden aanpassen passeerde hij. In zijn derde en laatste seizoen oogstte hij. Met grote overmacht werd het elftal in een uitwedstrijd in Rijkevoort kampioen. Mari was niet een groot tacticus, maar hij slaagde er wel elke week in, een tot op het bot gemotiveerd elftal de wei in te sturen. Een elftal dat het, wat betreft wedstrijdinstelling, nooit liet afweten en altijd topfit was. Mari is al weer verschillende jaren voorzitter van EVVC uit Vinkel, waar hij nu woont en dat onder zijn voorzitterschap een sterke opmars heeft gemaakt. Als voetballer speelde hij meer dan 250 wedstrijden voor Nulandia. 

Jo van Tilburg: Was trainer van het elftal dat in 1958 kampioen werd en naar de 1e klasse van de “Brabantse Bond” promoveerde. Hij had het destijds niet alleen voor het zeggen wat betreft de opstelling, want er bestond een elftalcommissie die uiteindelijk bepaalde wie er speelde. Jo is vorig jaar overleden, maar volgde Prinses Irene tot het laatste toe op de voet. Hij was twee keer trainer zo vertelt de geschiedenis. We begrepen dat hij na het seizoen ’58-’59 vertrok, maar na enkele seizoenen weer terugkeerde. In het seizoen ’62-’63 was hij in ieder geval weer trainer van het 1e elftal. Hij bleek toen ook actief te zijn als trainer bij HVCH, wat door de spelers niet echt werd geapprecieerd. Jo was tactisch heel goed en trainde vooral op techniek. Aan de conditie besteedde hij minder aandacht. Dat is misschien ook de reden dat het elftal, eigenlijk rijp voor het kampioenschap, dat in ’62- ’63 toch niet werd. Zijn opvolger Leo Verberne besteedde juist veel aandacht aan conditie, met als resultaat, dat meteen het seizoen na vertrek van Jo, het kampioenschap werd behaald met promotie naar de 4e klasse. Jo is de trainer geweest die de basis legde voor het technisch verzorgde voetbal waar Prinses Irene, vooral in de jaren ’60 en ’70 om bekend stond en furore mee maakte.

Grensrechters:

Piet van Ravenstein:
26-8-1934: Grensrechter Piet had een mooie carrière als keeper, zo was hij de bijvoorbeeld de doelman van het kampioenselftal uit 1958. In die periode al was Piet een bijzonder gewaardeerd kaderlid. Begin jaren 70 werd hij grensrechter bij het 1e elftal, dat toen in de 4e klasse speelde. Daarna was hij ook nog enkele jaren verzorger. Piet was een recht door zee man, die ook na zijn activiteiten voor Prinses Irene, actief bleef in de Nistelrodese gemeenschap. Zo was hij decennia lang een van de stuwende krachten bij carnavalsvereniging “De Hossende Wevers”, waarvan hij maar liefst 33 jaar voorzitter was. Piet is enkele jaren terug overleden.

Nico Dollevoet: 6-12-1947:
Heeft een heel imposante carrière als vrijwilliger bij onze verenging. Grensrechter was hij zo’n 10 seizoenen lang. Dat was in de periode eind jaren zeventig tot eind jaren tachtig. Nico stond bekend als iemand die altijd eerlijk vlagde. Normaal zou je zeggen, maar in die periode was er wel eens een trainer die vond dat hij als een soort 12e man moest optreden. Daar leende hij zich echter niet voor, wat wel eens tot discussie leidde! Nico was ook tientallen jaren jeugd- en seniorenleider. De meeste leden zullen hem nu vooral kennen als kantinebeheerder en de man die dagelijks op het sportpark aanwezig is om de velden te onderhouden. Vanwege zijn vele verdiensten werd Nico in 2010 benoemd tot erelid.
 
Mari v.d. Heijden: 3-5-1951: Mari maakte in 1979-1980 vanuit Heeswijk de overstap naar onze verenging, daar was hij doelman van het 1e elftal. Vanaf het seizoen 2001-20102 was Mari grensrechter bij het 1e elftal en bleef dat tot die fatale 2e kerstdag in 2009, toen hij plotseling overleed. Mari was een prima grensrechter, die ook voor veel sfeer zorgde bij het 1e elftal en binnen de totale vereniging. Daarnaast was hij nog op allerlei ander gebieden actief, zoals sponsorcommissie, barmedewerker, supportersclub en als schilder was hij ook altijd inzetbaar bij klussen. Mari was daarnaast ook een zeer gewaardeerd lid van carnavalsstichting “De Wevers”. In 2004 werd hij benoemt tot “Lid van Verdienste” van onze vereniging.